Angst, verlangen en op weg naar acceptatie

Velen weten dat ik een diverse sub ben, die te veel leuk vind. Velen hebben de maso en het meisje in mij mogen zien en sommigen zelfs mogen ervaren. Ook mijn onderdanige kant, zal niemand onbekend zijn. Ik definieer mijzelf hier niet voor niks als sub. Er zijn echter weinigen die hebben gezien, hoe diep mijn onderdanigheid werkelijk kan gaan. Die kennis hebben mogen maken met de kant in mij, die ik de slavin noem. Dit is iets waar ik namelijk heel erg mee worstel. Waarbij ik heen en weer geschut wordt tussen angst, verlangen en acceptatie.

Toen ik kennis maakte met bdsm, mijn eerste ervaringen opdeed, kwam deze kant al snel naar voren. Er was ruimte voor en ik vond het heerlijk wat het met me deed. Ik genoot van het dienstbaar zijn aan een ander. De rust en de overgave die ik vond in het gevoel compleet van iemand te zijn. Hoe mijn hoofd tot rust kwam en ik gewoon kon ‘zijn’. Zijn wil, werd in die momenten mijn wil en ik wilde niets liever dan dat. Het ging behoorlijk ver, maar het voelde goed. Het klopte. Hoe fijn het ook was, compleet op te gaan in de slavin in mij, het bracht een bepaalde emotionele afhankelijkheid met zich mee. Iets waar ik niet op bedacht was en waarvan ik in volle hevigheid de nadelen heb ervaren toen ik weer een vrije sub werd. Waar in het begin het verlangen naar die diepe onderdanigheid de boventoon voerde, veranderde dit langzaam in angst en afstoten. Herinnerde ik me vooral de pijn en het moeilijke aan het eind. Ik had het gevoel mijzelf te zijn kwijt geraakt, omdat ik zo in haar was opgegaan en was bang dat mij dat weer zo overkomen. Ik wilde nog wel onderdanig zijn, maar zo diep durfde ik me niet meer aan iemand over te geven. Dat hoefde niet meer van mij. Ik schopte er tegenaan en duwde haar weg. Praatte negatief over die tijd en over de slavin in mij. Laat mij maar gewoon vrij zijn, veel fijner. Daarbij leek het me onmogelijk om een rondscharrelende non-mono slavin te zijn, dus dan maar niet.

De afgelopen twee jaar vluchtte ik weg van deze kant in mij. Je kunt echter niet eeuwig blijven vluchten is gebleken. Je wordt namelijk altijd weer ingehaald. Juist nu, in deze periode, waarin ik veel met mijzelf worstel. Nu ik door een verandering heen ga en niet weet waar naartoe. Nu ik niet of nauwelijks verlang naar bdsm of spelen. Juist nu, laat ook deze kant weer van haar horen. Klopt de slavin op mijn deur en vraagt me haar weer binnen te laten. Haar wegduwen, lijkt niet langer een optie. Al ben ik nog steeds bang voor wat ze met me kan doen, als ik weer in haar op ga. Als ik haar weer echt mag voelen bij iemand. Voor de praktijk ben ik dan ook nog niet klaar. Dus dit is geen verkapte contact ad, maar het wordt tijd om haar te erkennen. Om een belangrijk deel van wie ik ben te erkennen. Omdat zij ook bij mij hoort. Erkenning, als begin van de acceptatie en het doen verdwijnen van de angst.

Ik ben erynn
ik verlang er naar
om ooit iemands eigendom te zijn
ik verlang er naar
om ooit iemands slavin te zijn
ik verlang er naar
om niet meer bang te zijn
ik verlang er naar
om compleet te zijn wie ik ben
ik verlang er naar
om compleet erynn te zijn

Advertisements

Een adembenemende ervaring

Hoe iets waar je ooit bang voor was, kan omslaan in iets waar je van geniet. Hoe grenzen opschuiven van nooit, naar ja graag. Ik heb het al verschillende keren meegemaakt en het zal me vast nog wel vaker overkomen…. Behalve dan pindakaas, dat blijft een harde grens :-p

Ik heb heel lang stikangst gehad. Of beter gezegd, ik had een obsessie voor mijn ademhaling, wat resulteerde in stikangst. Het gevoel dat ik het benauwd kon krijgen als mijn ademhaling niet natuurlijk ging, maar soms ook gewoon totaal vergeten te ademen. Hoe vaak mijn yogadocente mij er niet op moest wijzen, niet te vergeten gewoon rustig door te ademen. Dat gecombineerd met mijn ultieme nachtmerriescenario, onder water vast komen te zitten en langzaam verdrinken, maakte dat breathplay niet bepaald iets was dat op mijn wensenlijstje stond.

Toch kwam dat moment, de eerste keer een hand over mijn mond en neus. Voelen dat er geen lucht meer naar binnen kon… en hopen, proberen niet in paniek te raken. Proberen me gewoon aan hem over te geven, omdat ik hem vertrouwde. Dat lukte echter niet. Ik was bang, doods bang. Straks deed hij het iets te lang, straks ging het mis. Ik heb adem nodig, lucht, nu, snel, meteen. Ik begon te murmelen, te snakken naar adem, naar lucht te happen onder zijn hand, hopende dat ik dan niet zou stikken. Op dat moment haalde hij zijn hand van mijn mond. Ademen, ik kon weer ademen. Lucht, verse lucht. Hoe blij ik was de lucht weer in mijn longen te voelen stromen, na dat doosbenauwde enge moment. Hoe eng deze ervaring ook was, er kwamen er meer. Ervaringen waarbij ik steeds minder bang was, waar ik me steeds meer aan kon overgeven, omdat ik had ervaren dat als ik het echt niet meer trok, hij daar naar zou handelen.

Hoewel ik langzaam leerde genieten van het gevoel van overgave bij breathplay, betekende dit niet dat mijn stikangst over was. Die stak nog regelmatig de kop op. Zo weet ik nog goed het moment dat ik voor het eerst een balgag in kreeg. Ik voelde hoe de bal mijn tong van positie deed veranderen. Hoe deze niet meer rustig in mijn mond lag, maar naar beneden en naar achteren werd gedrukt. Hoewel ik nog gewoon door mijn neus kon ademen en mijn luchtpijp totaal niet werd afgesloten, vergat ik die feiten compleet en kreeg ik het gevoel niet meer goed te kunnen ademen en te kunnen stikken. Een paniekaanval was het resultaat. Dit kwam waarschijnlijk, omdat bij een hand je direct de invloed van de ander op de situatie voelt. Bij een voorwerp als een gag, is dat niet het geval. Ik heb daarna heel lang geen gag meer in gewild tot ik zo’n anderhalf jaar later er eindelijk weer klaar voor was. Mede door yoga verdween mijn obsessie met mijn ademhaling en mijn stikangst voor een groot deel. Ik leerde er relaxter mee om te gaan. Ik leerde dat zelfs als ik het gevoel had dat mijn ademhaling op een bepaalde manier beperkt werd, of dit nu was door touwen op mijn borst of door iets op mijn neus of mond, ik mij gewoon moest focussen op het verplaatsen van mijn ademhaling naar een manier die wel nog gewoon kon. Hierdoor durfde ik me over te geven aan bijzondere ervaringen als suspensions, folie en een vacuümbed.

Mede door het verdwijnen van mijn stikangst heb ik nog meer leren genieten van breathplay. Ik geniet van het gevoel van ultieme overgave aan de ander. Waar ik vroeger mijn ogen sloot uit angst, vind ik het nu soms ook fijn om de ander juist aan te blijven kijken. Twee blikken, een moment, de tijd die even stil staat… net als mijn ademhaling. Maar misschien wel het aller lekkerste is, als de ander mij zijn adem schenkt. Jouw hand op mijn mond en neus, ik geef me over en ik wacht, tot enkel nog je hand mijn neus bedekt. Je mond op mijn lippen die mijn longen vullen met jouw lucht als je uitademt en ik die jouw adem weer teruggeeft, waarna je weer mijn mond bedekt. Het heerlijke gevoel in mijn hoofd en mijn lichaam, de gelukzalige blik in mijn ogen als de hand is verdwenen en ik weer de vrijheid heb om zelf het ritme van mijn ademhaling te bepalen. Voor mij misschien wel de meest intieme en ultieme vorm van breathplay.

Breathplay, een adembenemende ervaring!

Het meisje in de toren

Er was eens een meisje, niet in een land hier ver vandaan, maar hier heel dichtbij. Misschien wel in jouw stad of dorp. Ze leefde in een hoge toren. Een toren zo hoog, dat de mensen die hem zagen zeiden dat hij tot in de hemel reikte. het meisje zelf wist niet hoe hoog de toren was. Ze wist eigenlijk niet eens dat het een toren was. Ze noemde het haar muur. Een muur met hier en daar een raampje. Zodat ze af en toe naar buiten kon kijken, als ze zin had. En waardoor het leek dat alles wat ze buiten zag, ook haar leven was. De zon scheen door de raampjes soms heerlijk op haar gezicht, al voelde ze hem lang niet zo intens als dat ze buiten zou zijn. Maar als het regende en waaide en stormde zag ze het ook enkel door de raampjes, zij zat veilig binnen.
Het meisje wist niet beter en ze voelde zich fijn en veilig in de toren. En zelfs als ze het wilde, ze wist niet hoe ze er uit moest komen.

Op een dag keek ze net als elke dag naar buiten door één van de raampjes. Ze keek naar de mensen die in de buurt van de toren leefden en werkten. Ze zag hun vriendschap en hun liefde. Ze zag hoe de mensen buiten plezier maakten. De kindjes speelden en de grote mensen dronken en dansten samen. En even, heel even voelde ze zich eenzaam en vroeg ze zich af hoe het zou zijn om buiten de toren te kunnen komen. Om ook met de mensen te kunnen praten en lachen. Maar buiten waren ook de ruzies, de pijn en het verdriet. Dat had ze niet, hier in de toren. Ze glimlachte weer en even was ze blij. Maar toch sinds die dag knaagde het af en toe. En steeds vaker verlangde het meisje er naar, naar buiten te gaan. Maar de toren had geen deur die ze zomaar open kon maken. En zelfs als er een deur was geweest, ze had binnen helemaal geen sleutels. Ze had ook niet het lange haar van Raponsje, zodat ze er uit zou kunnen klimmen. Ze was niet sterk als Samson, zodat ze de toren kon omduwen. Voor het eerst voelde ze zich niet meer fijn en veilig, maar opgesloten in de toren.

Het meisje keek verdrietig door het raampje. Hoe zou ze hier ooit uit kunnen komen? Opeens ving een vreemde vrouw haar blik. Ze glimlachte en wenkte het meisje. Maar het meisje schudde verdrietig haar hoofd. “Waarom kom je niet naar buiten lief meisje?” vroeg de vrouw. “Het is hier soms wat koud en guur, maar als de zon schijnt is het zoveel mooier dan binnen.” Het meisje zuchtte, “Ik kan niet naar buiten, er is geen deur, en de ramen zijn niet groot genoeg om er uit te klimmen.” “Maar meisje toch,” glimlachte de vrouw vriendelijk, “er is altijd een uitweg uit de toren die je zelf hebt gebouwd.” Het meisje keek verbaasd, had ze hem zelf gebouwd? Dat wist ze niet, maar hoe dan? “Maar dat weet ik helemaal niet meer en hoe kan ik er dan uit,” huilde het meisje verdrietig. “Precies, zoals je hem ooit gebouwd hebt meisje. Ooit, lang geleden, in een tijd die jij je niet meer kunt herinneren. Door de kracht van je wil en het heel hard te wensen.” Het meisje keek verbaasd, ze wist het echt niet meer. “Het maakt niet uit dat je het niet meer weet meisje. Het gaat er om wat je nu wilt. Dus sluit je ogen en wens, wens met heel je hart.” En dat deed het meisje, ze sloot haar ogen en ze wenste. Ze wenste heel erg hard en met heel haar hart. “alsjeblieft, laat me uit deze toren komen. laat de muur verdwijnen.” En toen het meisje haar ogen open deed was de toren verdwenen. Ze stond in een weiland en voelde voor het eerst de warmte van de zon in haar gezicht. Ze lachte, ze lachte zoals ze nog nooit gelachen had. Ze danste en ze huppelde. Ze was gelukkig.

Dit verhaal schreef en publiceerde ik twee jaar terug al elders. Ik dacht de toren voorgoed achter me te hebben gelaten, maar toch was ik er zonder ik het door had weer in gaan wonen. Dit keer niet, door niet te durven leven, maar door zoveel met anderen bezig te zijn dat ik mijzelf vergat. Als een huis waar je iedereen binnen laat die een dak nodig heeft tot je merkt dat voor jezelf enkel nog de trapkast is over gebleven. Hierdoor liep ik twee maanden geleden tegen mijzelf aan. Ik durf te zeggen dat ik weer op het open veld sta, dat ik de zon en de regen voel, maar dat ik nog leer om daar mee om te gaan. Ik leer om de ‘Master bedroom’ niet meer weg te geven maar voor mijzelf te houden. Ik ben er klaar voor om mijzelf nu echt te leren kennen. Ik ben er nog lang niet, maar ik kom er wel. Het werk is in gang gezet.

Hoe een oud verhaal ongewild toch weer actueel werd

A sadist, a masochist, a murderer, a necrophile, a zoophile, and a pyromaniac

A sadist, a masochist, a murderer, a necrophile, a zoophile, and a pyromaniac are all sitting on a bench in a mental institution.

“Let’s have sex with a cat?” asked the zoophile.

“Let’s have sex with the cat and then torture it,” says the sadist.

“Let’s have sex with the cat, torture it and then kill it,” shouted the murderer.

“Let’s have sex with the cat, torture it, kill it and then have sex with it again,” said the necrophile.

“Let’s have sex with the cat, torture it, kill it, have sex with it again and then burn it,” said the pyromaniac.

There was silence, and then the masochist said: “Meow.”

De weg

De weg van mijn verleden
Mijn toekomst tegemoet
De ballast afgeworpen
Een lange weg te gaan

Het gras kriebelt
Onder mijn blote voeten
De schelpen prikken
Mijn tenen kapot

De wind streelt
Mijn naakte lichaam
De zon schijnt fel
Op mijn bleke huid

Ik bewandel
De weg van mijn verleden
Ik laat het los
En laat het gaan
Mijn toekomst tegemoet

shoptip: bubblewrap

why?

well duhhh, its bubblewrap.
That’s reason enough 😉

Bubbeltjesplasticbondage voor the win
Al sinds mijn verhuizing ruim een jaar geleden staat dit zeer hoog op mijn wishlist. Al die bergen bubblettjesplastic waar mijn meubeltjes in zaten verpakt, wie wordt daar namelijk niet enthousiast van. Het leek mij daarom geweldig om er een keer compleet ingewikkeld te worden en daarna ze slopen. Hoe je dit zou moeten aanpakken, ik had geen flauw idee… en misschien zou het wel erg saai zijn, maar het moest er gewoon eens van komen. En het kwam er van, begin november kreeg ik eindelijk de kans om mijn droom uit te laten komen.

Hoe werd dat dan aangepakt?
De meest handige methode leek om een groot stuk bubbeltjesplastic op een bed te leggen. Grond kan ook, er zijn namelijk genoeg mensen die vinden dat de plaats van een sub is 😉 Leg dit wel neer met de bubbeltjes aan de onderkant, want als deze aan de binnenkant zitten mis je een zeer groot deel van de lol en dan kun je net zo goed gewoon keukenfolie gebruiken. Leg, gooi, smijt of vraag vriendelijk of de sub, bottom, gek of andere persoon in kwestie hier op wil gaan liggen. Wikkel deze vervolgens in het plastic en plak af met tape… Het plastic dus, niet de mond of andere lichaamsdelen van de sub.

En dan
Verzin daarna de meest creatieve manier om de bubbels te slopen. Laat hem of haar zelf het werk doen door over de grond te rollen. Als je erg veel geduld hebt kun je ze doorprikken met een naald, en ach tja soms ga je dan iets te ver, wat jammer nu. Of zie het als een levende pinnata en sloop de bubbels met een cane, flogger, paddle of ander mepding. Het voordeel hiervan is dat als je een kleinzerig persoon hebt je opeens een stuk harder kunt uithalen voor hij/zij er ook maar iets van voelt… Ook handig als je nog moet oefenen met slaan :-p maar het meest fantastische er aan is, dat het zo heerlijk knalt. Tenminste dat vind ik dan 😉

Tips

  • In winkels wordt het vaak verkocht als noppenfolie en dus niet als bubbeltjesplastic> Scheelt heel veel zoekwerk
  • Hou een schaar bij de hand om het noppenfolie makkelijk te verwijderen, mocht er iets zijn
  • Je krijgt het erg snel warm in het folie hou jezelf goed in de gaten hierbij dus. En geef het aan als het echt te warm wordt. Hou ook een handdoek bij de hand, tenzij je zweetplekken op je meubilair wilt.

Zeer belangrijke informatie
De laatste maandag van januari is het Bubble Wrap Appreciation Day.
Dat betekent op 27 januari feest met bubbeltjesplastic 🙂
voor meer informatie