Tijden veranderen…

“Wat zie jij er goed uit.” Woorden, een compliment, die ik de afgelopen munch een aantal keer heb mogen ontvangen. Ik beaam het. Ik voel me ook erg goed. Het gaat goed en ik zit lekker in mijn vel. Een stijgende lijn omhoog en ik weet dat ik de top nog niet heb bereikt. Ik glimlach, een fijne wetenschap.

De woorden brengen me ook terug naar een andere tijd. Ik ben een puber en ik fiets tegen de wind in over de brug. Dik ingepakt tegen de kou, ben ik op weg naar school. Opeens hoor ik een jongensstem roepen, “lelijkerd.” Ik kijk om. Een jongen die ik niet ken kijkt naar me, terwijl hij me voorbij fietst. Mij, een onzekere puber, alleen achterlatend.

Tijden veranderen…
Mensen veranderen…

Gelukkig!

Advertisements

Herinneringen

Langzaam schuifelt ze naar het oude eiken bureau aan het raam. Ze glimlacht als haar hand over het blad glijdt, naar tijden vol herinneringen. Het bureau dat al oud was toen ze het kreeg als een tiener en dat nu ruim zestig jaar later nog steeds een prominent plekje in haar huis heeft. Het leer van haar donker groene stoel kraakt als ze er voorzichtig in gaat zitten. Het geluid en de geur van het leer brengen haar terug naar de tijd dat ze hem kreeg. Van hem. Midden twintig was ze, jong en vol levenslust. Snakkend naar bijzondere ervaringen en de behoefte zichzelf aan die ene persoon te geven. Haar hand raakt zachtjes het leer aan en even vergeet ze waar ze is.

Ze is weer jong en haar haar is lang en blond en niet kort en grijs, zoals het nu is. Ze is niet meer die iets mollige dame, die soms moeite heeft haar lichaam te laten doen wat zij wil. Ze is weer slank en soepel, maar nog niet zo gracieus als ze eens zal worden. Dat komt allemaal nog, ooit, in de jaren die zullen volgen. Ze zit op haar knieën en met haar hand houdt ze niet meer het leer van de groene stoel vast. Het leer is zwart en soepel en ze ruikt de heerlijke geur als ze haar hoofd er tegenaan legt. In haar hand heeft ze de onderkant van zijn broekspijp, terwijl zijn blauwe ogen van boven naar haar kijken. Haar gezicht beweegt verder naar beneden, tot haar lippen zijn schoenen kunnen kussen. Ze weet dat hij glimlacht, als hij zijn voet onder haar vandaan haalt en zachtjes op haar hoofd zet. Haar hoofd die nu op de koude witte tegels ligt en zijn voet die haar op haar plaats houdt. Haar plaats op de grond aan zijn voeten. Dat was de eerste keer. De eerste keer dat ze voor hem knielde en het eerste moment dat ze wist dat ze van hem was en altijd van hem zou zijn. De jaren daarna heeft hij haar laten groeien tot de vrouw die ze nu is. Heeft ze mogen genieten van zijn macht en dominantie, maar ook van zijn liefde en zijn warmte. Tien jaren volgden waarin zij hem mocht dienen. De mooiste jaren van haar leven, vol onderdanigheid, pijn, vernedering en vooral geluk. Na zijn plotselinge dood kwamen er nog anderen, maar nooit meer kon ze zichzelf compleet geven. Dat had ze slechts één keer gedaan en van hem zou ze altijd blijven.

Dan gaat opeens de bel. De jonge blonde vrouw wil opstaan en de deur open doen, zoals haar taak is. Verbaasd kijkt hij haar aan, als hij haar zegt dat er helemaal geen bel ging. Langzaam komt het besef dat de bel van verder kwam, van een andere plaats en tijd. Haar jonge lichaam, maakt langzaam weer plaats voor dat van de oude vrouw in haar groene stoel. Met pijn neemt ze afscheid van de plek waar ze was, ze had er graag nog even gebleven. Als ze haar ogen open doet, hoort ze de bel niet meer. Voor haar staat een jonge man met een bezorgd gezicht en sleutels in zijn handen. Ze glimlach als ze beseft dat hij als twee druppels water op hem lijkt. Zijn vader, haar grote liefde.
“Sorry Pieter, ik was even heel ver weg.”
Zijn bezorgde blik verandert in een glimlach als hij kijkt naar het scherm van de computer waar zij achter zat.
“Dat geeft niet. Ik weet dat je weer even bij pap bent geweest.”