Te zijn

Als ik mij ogen sluit,
Zit ik aan uw voeten

Geen woorden, geen daden,
Slechts stilte en zwijgen

Geen wachten, geen smachten,
Slechts serene rust

Geen willen, geen weten,
Slechts enkel te zijn

Daar aan uw voeten,
Een slavin, sterk en klein

Advertisements

De vloer

Ooit zei iemand tegen me, dat ze het knap vond, hoe ik altijd op de grond zit. Hoewel dit niet helemaal klopt, technisch gezien zit ik namelijk op een kussen. Al is dat gevoelsmatig hetzelfde als op de vloer zitten, zolang het kussen niet te hoog zit. De opmerking kwam voor mij onverwacht. Het was een gedachte die tot dat moment nooit in mij was opgekomen. Voor mij is het niet iets knaps en dus was het een vreemde gedachte dat een ander het wel zo zag. Ik probeerde de opmerking te bevatten. Te begrijpen wat er knap is, aan op de grond zitten. Wat is er knap aan iets doen, wat zo natuurlijk voelt? Als je iets niet doet, omdat het moet, maar omdat je niet anders kunt en zou willen?

Stoelen zijn rare dingen. Ik breng er dagelijks heel wat uren op door. Op mijn werk, thuis, als ik eet, als ik tv kijk. Met de grond ben ik dan niet bezig. Hooguit af en toe, als een sluimerend verlangen de kop op steekt. Toch voelt het gek, om dan op de grond te gaan zitten. De grond krijgt pas een lading, betekenis, als ik onderdanig ben. Als ik mijzelf mag geven en mag dienen.
Stoelen zijn rare dingen. Hun betekenis veranderd, net zoals die van de vloer, als ik onderdanig ben. Opeens zijn het hoge rare dingen. Dingen waar ik niet wil zijn. Zet me op een stoel en ik voel me ongemakkelijk. Opeens ben ik niet meer op mijn plek. Dat is niet waar ik hoor te zijn. Liever zit ik op mijn kussen op de vloer. Daar voel ik me op mijn gemak. Daar vind ik mijn rust en mijn balans. Daar voel ik me geborgen en vrij. Daar voel ik me compleet op mijn plek.

Is het knap om de grond te zitten? Waarschijnlijk wel, als het niet natuurlijk voelt, maar voor mij is het waar ik hoor te zijn. Er is geen plek waar ik liever ben dan daar.