Als ik kniel

Als ik kniel,
Dan voel ik rust
Voel ik de kalmte
Ben ik volkomen in balans

Als ik kniel,
Geef ik mijn hart
Geef ik mijzelf
Geef ik u alles wat ik heb

Als ik kniel,
In onderdanigheid
En mij voor u open
Wil ik alles voor u doen

Als ik kniel,
En bij mijzelf kom
In al mijn overgave
Dan vind ik mijn kracht

Advertisements

In bed

Je ligt in bed te doezelen, als je opeens opvalt dat je bed te hoog is. Je voelt dat er iets niet klopt. Je bed is tien, twintig, dertig, veertig, misschien wel vijftig centimeter te hoog. Of nee, dat is het niet. Het is niet de hoogte die het probleem is. Die niet klopt. Het bed is het probleem. Het moet niet lager zijn, maar het moet er helemaal niet zijn. Alleen het matras, dan zou het beter zijn. Dan zou het kloppen. Tenminste bijna.

Je ligt te doezelen, als je opeens opvalt dat je iets mist. Je enkel is te leeg. Er hoort een boei om, besef je. Gewoon een simpele leren enkelboei. Ja, dat zou al beter voelen. Maar toch, ook dat is het niet helemaal. Je enkel voelt te licht. Er hoort nog iets bij. Er moet nog iets aan vast. Een touw misschien? Of nee, een ketting. Een ketting zou nog beter zijn. Het gewicht van de ketting, die je voelt aan je enkel. Het koude metaal dat tegen je huid komt als je, je even omdraait. Een ketting die ergens aan vast zit. Jij die ergens aan vast zit. Ja, dan zou het kloppen.

Een matras op de grond. Een boei om je enkel, met daaraan een ketting. Dan zou het kloppen. Dat is wat je mist. Met dat beeld doezel je in, in je te hoge bed, met je te lege enkel.