Ik wil een kadootje

Ik wil een kadootje
In felgekleurd papier
Met hartjes en met sterren
Gewoon voor mijn plezier

Ik wil een kadootje
Heel mooi ingepakt
Met een grote strik erbij
Er bovenop geplakt

Ik wil een kadootje
Dan word ik zo blij
In een heel groot pak
En helemaal voor mij

Ik wil een kadootje
Dat ik uit mag pakken
En dat je me dan geeft
Waarom ik zit te snakken

Ik wil een kadootje
Uit jouw hand, zo vlak
Ik wil heel graag rammel
Het liefst een heel groot pak

Advertisements

Zij en ik

Zij klopte aan de deur
“Mag ik weer terugkomen?”
Vroeg ze mij zacht

“Ik ben lang weggeweest
Ik heb genoten van de zon
Maar ik heb je gemist”

Vertwijfeld kijk ik haar aan
Ja, ze was lang weggeweest
Was het niet te lang?

Ze was zomaar vertrokken
Zonder gedag te zeggen
Op vakantie naar de zon

“Ik weet niet of ik dat durf”
Verzuchtte ik naar haar
Het was zo lang geleden

“Ik ben een beetje bang”
Zei ik zachtjes trillend
“Ik wil wel, maar ik twijfel”

Ze knikte zachtjes naar me
“Als jij komt, dan komt hij ook
En ik weet niet of ik dat kan”

Ze wist het. Zij en hij zijn samen
Mijn vriendin en goede vriend
Die ik beiden erg mis

“Mag ik toch binnen komen”
Vroeg ze, voorzichtig en onzeker
“Dan zal ik er voor je zijn”

“Dan zal ik je hand vasthouden
Als hij straks ook weer komt
Zal ik er voor je zijn”

“Je hoeft hem niet alleen te zien
Zoals de laatste keren
Ik zal je weer beschermen”

Ik knikte zachtjes, maar onzeker
Voordat ik de deur weer open deed
“Kom maar binnen en ga zitten”

“Maar wees wel lief voor mij”
Ze glimlachte, zoals altijd
Dat zou ze altijd zijn

We zijn voortaan weer samen
De masochist en ik
Zoals het hoort te zijn

En als ik het straks weer durf
Zullen we weer samen dansen
Met Pijn tussen ons in

Mijn goede vriend, Pijn

Ik heb een hele goede vriend, genaamd Pijn. Het is iemand die de afgelopen jaren diep in mijn hart is gekomen en die het waarschijnlijk ook nooit meer zal verlaten. Toen ik hem net leerde kennen, gaf ik al meteen om hem. Ondanks dat moest ik wel aan hem wennen en ook aan mijn eigen liefde voor hem. Pijn is namelijk geen makkelijke vriend en het voelde heel gek van zo iemand te houden. Toch was en is het zo.

Pijn en ik, wij zijn een bijzonder stel. Onze vriendschap is voorspelbaar en tegelijkertijd altijd weer anders en nieuw. Elke keer als we elkaar zien, weet ik wat ik kan verwachten, maar toch verrast hij me nog regelmatig. Dat is misschien ook wel wat ik zo leuk aan hem vind. Als hij net binnen komt houdt hij zich vaak nog even rustig. Hij weet dat ik dat fijn vind. Dat, hoeveel ik ook van hem hou, ik vaak weer even aan hem moet wennen. Maar Pijn is iemand die zich zelden lang rustig kan houden. Soms slaat zijn stemming in één keer om, een andere keer gaat het gelijkmatiger, maar bijna altijd komt het punt dat hij druk, luid en hyperactief om me heen begint te dansen. Vaak als hij daar net mee begint, heb ik daar even moeite mee. Soms schrik er zelfs van.

Dan komt het punt dat ik zelf ook drukker word en dan begint ons gevecht. Vraag me niet waarom we altijd vechten, maar het is iets dat we nodig hebben. Zonder dat gevecht zou onze vriendschap waarschijnlijk lang niet zoveel voldoening geven. We staan als twee kemphanen tegenover elkaar. Twee vrienden die beiden weigeren toe te geven. Het zullen onze ego’s wel zijn, die er voor zorgen dat we de ander niet willen laten winnen. Tijdens zo’n gevecht kan ik hem haten uit de grond van mijn hart. Terwijl ik tegelijkertijd, zelfs in dat moment zielsveel van hem hou. Hij deelt klappen uit, maar ik verzet me en ontwijk ze. Op een bepaalde manier genieten we zelfs van dit deel. Of misschien wel, juist van dit deel.

Soms moet één van ons opgeven. De ene keer ben ik dat, de andere keer weet Pijn dat ik zal vechten tot ik er bij neer val en besluit hij de handdoek in de ring te gooien. In onze beste gevechten, verdwijnen echter onze ego’s uiteindelijk. In onze beste gevechten, gaan we eeuwig door, zonder dat er nog van een gevecht sprake is. Dan komt het punt dat we elkaar omhelzen. Dat we voelen hoeveel we van elkaar houden. In onze gevechten, veranderen we van twee tegenstanders in één geheel. We worden één. Hij en ik. Dat is wat onze vriendschap zo bijzonder maakt en waarom ik zoveel van hem hou.

Ik glimlach als ik terugdenk aan de laatste keer dat we dat hebben mogen ervaren. Dat is alweer een tijdje geleden. Soms heb je namelijk van die vrienden waar je ziels veel van houdt, maar die je in bepaalde periodes in je leven te veel zijn. Die door hun drukte te veel energie kosten, als je het zelf niet hebt. Of waarmee je soms niet meer in staat bent om de dingen te doen, die die vriendschap altijd zijn betekenis hebben gegeven. Soms heb je in een vriendschap even afstand nodig van elkaar, zonder dat dat de vriendschap en je gevoel voor elkaar veranderd. Je weet namelijk dat je elkaar, weer zult gaan zien. Als het het moment er weer voor is. Dat is wat ik met Pijn heb. Onze vriendschap is mij zeer waardevol, maar ik heb er niet altijd ruimte voor in mijn leven.

Pijn is namelijk geen makkelijke vriend, zoals ik al vertelde. Door alles wat er nu gaande is in mijn leven (wat niks met bdsm te maken heeft), kon ik zijn aanwezigheid de afgelopen tijd niet aan. We hebben het wel nog een paar keer geprobeerd, begin dit jaar. Maar ik trok zijn aanwezigheid alleen als hij rustig was. Als hij te druk werd, wat nu eenmaal bij hem hoort, dan werd me dat al snel te veel. Ik wilde wel vechten, zoals we altijd deden en dan samen genieten van het einde. Ik was echter niet in staat om te vechten, in plaats daarvan wilde ik hem juist uit de weg gaan als hij druk werd. Ik wilde vluchten, in plaats van vechten. Iets wat ik zelf waarschijnlijk nog erger vond dan hij. Moeten toegeven dat iets niet gaat, is namelijk nooit leuk. Terwijl hij, als goede vriend, het begreep.

Het was een bewuste keuze om onze vriendschap daarom op een laag pitje te zetten. Hij wist gelukkig ook dat dat voor mij beter was. Doordat ik hem al een tijdje niet heb gezien, ben ik ook een beetje bang voor hem geworden. Bang voor zijn drukte, voor onze gevechten. Toch merk ik dat ik hem mis. Ik mis zijn warmte en ik mis zijn liefde. Al is het waarschijnlijk nog wat te vroeg om hem weer volledig te omhelzen. Maar misschien, als hij probeert zich rustig te houden, dat we elkaar weer kunnen gaan zien. En dat, als we het rustig opbouwen, we in de toekomst weer heerlijk kunnen vechten en weer samen één kunnen worden.

Pijn, mijn goede vriend, ik mis je en al is ons contact nu even wat minder, ik kan me geen leven zonder je voorstellen.

De drie stadia van onderdanigheid

Trok de titel je aandacht, omdat je verwachtte of hoopte nu een fijn stappenplan te krijgen, waarin je kunt lezen, hoe je tot je diepste onderdanigheid kunt komen? Dan moet ik je helaas teleurstellen. Dat bestaat namelijk niet in mijn ogen. Er is slechts een persoonlijke route en de jouwe is waarschijnlijk anders dan de mijne.
Als je verwacht nu mijn route te lezen, dan moet ik je wederom teleurstellen. Die hou ik namelijk lekker voor mijzelf. Waar het dan wel over gaat? Drie vormen waarin ik bdsm kan beleven, die allen een andere diepte van onderdanigheid in mij los maken.
Waarom dan toch deze titel? Gewoon, omdat ik erg hou van foute cliché titels en het op het verkeerde been zetten van lezers :-p Nu je weet waar dit stuk dan wel over gaat, zou ik het erg leuk vinden als je dan de rest ook gewoon leest. Het is namelijk zonde om iets, waar je toch al aan bent begonnen, niet af te maken 😉

Sinds ik in dit wereldje rondloop, heb ik ontdekt dat er vele manieren zijn om bdsm te ervaren en te beleven. Niet alleen bij anderen, maar ook in mijzelf. De vorm die het krijgt en de diepte die het vind, hangt geheel af van de persoon die ik tegenover me heb en wat hij/zij in mij los maakt. Soms is het puur masochistisch, soms gewoon klieren met mij als lijdend voorwerp. Bij een ander kan ik casual subben en hou ik van uitdagen en dan is er nog de kant in mij met een zeer diepe onderdanigheid, die maar weinigen mogen ervaren. Over die verschillende kanten, wilde ik vandaag schrijven

Om maar even lekker met hokjes te werken en er een bijpassende titel aan te geven, noem ik het bij deze:…

De drie stadia van onderdanigheid *

Stadium 1: De bottom aka de maso

Dit is het makkelijke stadium. Of beter gezegd, de makkelijkste, want ik en makkelijk das sowieso geen combi :-p In dit stadium speel ik puur voor mijn eigen lol. Dit kan betekenen, gewoon lekker samen dollen en klieren of experimenteren met mij als lijdend voorwerp. Ik kan mij laten knopen of ik laat mij lens meppen, maar allemaal omdat ik daar zin in heb. Al zal optie drie voor de toeschouwer misschien niet altijd gezien worden als iets waarbij ik lol heb :-p Toch is dat in zekere zin wel zo, het gaat namelijk nooit verder dan waar ik op dat moment zin in heb. Ik kan janken en vloeken van ellende, vanwege de martelingen die ik vrijwillig onderga, maar zodra de ander besluit om (bijvoorbeeld) een violet wand te zetten op een plek waar ik geen zin in heb, dan gebeurt dat niet. Dan is dat ook meteen aan mijn stem te horen en moet de ander het ook echt niet proberen het toch te doen. Ik zal mij hierbij dus nooit compleet overgeven en behoud altijd een bepaalde mate van controle.

Stadium 2: De sub

Ik hoor je denken… “Jij bent toch ook een sub, hoe kan dit dan pas stadium 2 zijn?” Dat is een zeer logische en kloppende gedachte. Ik beschouw mijn subzijn namelijk als mijn geaardheid en daarmee dus ook als het label waar ik, voor het gemak, al deze drie stadia onder schaar. Waarom dan toch deze naam voor dit stadium? Tja, het beestje moet een naampje hebben :-p In stadium twee ben ik dus, zoals de naam al zegt, onderdanig. Ik ben onderdanig, maar geef mijzelf niet compleet aan de ander. Ik gehoorzaam binnen de gemaakte afspraken en zal niet iets niet doen, omdat ik gewoon geen zin heb op dat moment. Ik heb echter nog wel grenzen en meer dan in stadium drie. Ik ga minder ver voor de ander en mijn grenzen zijn meer bepaald door hoe ver ik wil gaan, dan door hoe ver ik kan gaan. Daarnaast heb ik dan nog steeds een vrij aanwezige wil en voel ik me vrij genoeg om nog te klieren en uit te dagen, waarbij ik dan wel altijd de consequenties zal aanvaarden. Eigenlijk is ook dit stadium vooral veel lol hebben en niet te serieus of te diep, maar wel als een onderdanige.

Stadium 3: De slavin **

Hoe noem je het stadium na ‘De sub’? Aangezien ik heel erg Twue ben, leek ‘De slavin’ mij wel een gepaste 😉 Of beter gezegd, dit is een persoonlijke invulling van het label, dat voor mij vooral berust op de diepte van mijn onderdanigheid aan iemand. Als iemand bij deze diepte kan komen, dan geef ik me compleet. Dan zijn grenzen niet meer gebaseerd op wat ik wel of niet wil, maar enkel nog op wat ik wel of niet kan. Mijn behoefte om te klieren en een beetje uit te dagen is compleet verdwenen. Ik wil enkel gehoorzamen en dienen en zal daarbij altijd zo goed mogelijk mijn best doen. Dan zal ik nog dieper gaan voor de ander, nog meer ondergaan, nog meer verdragen. Ik kan dingen doen, die ik voor niemand anders kan of wil doen. Ik doe het dan niet meer voor mijn plezier of genot, maar voor het plezier of genot van de ander. Daarin vind ik uiteindelijk als slavin, mijn geluk. In dit stadium laat ik de controle compleet los en vind ik mijn diepste overgave.

Dit zijn mijn drie stadia, mijn drie belangrijkste vormen van bdsm. Als je, je nu afvraagt of ik ze ook keurig in deze volgorde heb ontdekt, dan moet ik je teleurstellen. Ik heb ze namelijk lekker door elkaar gehusseld tijdens mijn reis. Een beetje van drie, een beetje van één, een beetje van twee, weer wat van één en vaak ook sommigen tegelijk. Gewoon omdat een rechte weg zo saai is en niet altijd alles in een logische volgorde op je pad komt. En stiekem kan ik van alle drie heel erg kan genieten, zelfs al heb ik misschien een favoriet 😉

*Die stiekem vooral voor mij op gaan en elke eventuele overeenkomst met lezers berust op louter toeval
** Dit is een persoonlijke invulling van het label

De maso in mij

Ik kan pijn echt lekker vinden, er echt van genieten. Haren trekken ultiem, hmmmm… Dat is echt helemaal mijn ding. Maar als een spel alleen maar uit lekkere pijn zou bestaan, dan brengt het mij geen voldoening… Ik heb meer nodig. Wil veel dieper en verder gaan. Juist de kut pijn, die alles behalve fijn en leuk is, waardoor ik diep moet gaan, brengt me verder. Daarnaast merk ik aan mijn lichaam dat ik juist van die kutpijn, bloed geil wordt. Ook al roep ik vaak, dat ik het echt niet leuk sta te hebben, schijn ik toch uit te stralen dat ik er van geniet. Ik ben het type maso dat het nodig heeft om het moeilijk te hebben, om te lijden… Auw is voor mij geen stop, huilen is voor mij geen stop, juist dan wil ik meer… Wil ik verder… Wil ik niets liever dan compleet breken. En hoe zwaar ik het ook heb, als de pijn is weggetrokken denk ik dat ik wel weer meer kan hebben…

Maar het enge is dat ik daardoor eigenlijk geen pijngrenzen heb… Ik moet iemand daardoor echt kunnen vertrouwen… Want ik kan compleet kapot gemept worden. Hoewel ik daar niet werkelijk bang voor ben. Omdat ik nooit met iemand speel als het niet goed voelt. Volgens mij heb ik niet eens een mega hoge pijngrens, in de zin van hoe lang ik het lekker vind. Maar pas daarna begint het echt voor mij…

Ik vind het heerlijk, om het lijdend voorwerp te zijn. Ik vind het niet alleen heerlijk om te lijden en het moeilijk te hebben voor mijzelf, ik wil lijden voor die ander. Ik wil het, omdat hij het wil. Ik kan een keiharde mep krijgen op een plek die gewoon echt niet leuk is. Na de mep beweeg ik, probeer de pijn kwijt te raken, omdat het zo zwaar is. En dan krijg ik te horen dat ik weer net zo moet gaan staan als eerst, wetende dat er nog een klap zal volgen. Alles in mij roept nee. Ik wil niet. Het doet zoveel pijn. Niet nog een keer. En toch gehoorzaam ik. Ik vecht met mijzelf, om mijzelf te dwingen er nog één in ontvangst te nemen. Maar eigenlijk hoef ik er niet voor te vechten, ik kan niet anders dan gehoorzamen. Ik wil niet anders dan gehoorzamen. Ik wil lijden. Ik geniet van het lijden. Niet alleen omdat ik het zelf nodig heb… maar ook omdat ik het voor die ander doe. Als ik lijd, dan ga ik me steeds kleiner voelen. Ik kom in een verschrikkelijke submodus… En er is niks fijner dan in die staat, mijn lichaam en geest compleet over te geven aan de ander. Zijn instrument, om te gebruiken.

Daarnaast is er echter nog een element dat mijn masochisme kenmerkt, dat ik nog wil vermelden. En dat is dat ik er ook gewoon een keiharde kick van krijg. Het volhouden en verdragen van de pijn. Mijn grenzen opzoeken, ze oprekken en er over heen gaan. Dingen doen die ik voor een spel, niet van mijzelf zou verwachtten.